Ga in gesprek met de ouders

Ga op een constructieve manier in gesprek met de ouders

Er zijn vaak verschillende redenen waarom kinderen te laat komen of niet regelmatig op school aanwezig zijn. Ga hierover in gesprek met de ouders en zorg voor een persoonlijke aanpak. Hieronder vind je enkele mogelijke verklaringen én tips om op een constructieve manier met ouders in gesprek te gaan.

Wil je deze tekst liever afdrukken of apart bewaren? Download de infofiche 'constructief gesprek met ouders'.

Waarom komen leerlingen te laat of waarom zijn ze onvoldoende aanwezig op school?

Niet iedere ouder brengt zijn kind elke dag (op tijd) naar school. Daar zijn verschillende mogelijke redenen voor, enkele voorbeelden:

  • De ouder heeft niet genoeg informatie: “De kleuterklas, daar spelen ze toch alleen maar?”
  • De ouder is in de war: “Een kleuter heeft geen schoolplicht, maar de school verwacht wel dat mijn kind elke dag komt.”
  • De ouder heeft een andere visie op de opvoeding van het kind: “Thuis krijgt mijn kind de volle aandacht, op school moet het die delen met alle andere kinderen.”
  • De ouder heeft een praktisch probleem: “Ik werk op onregelmatige uren, ik geraak niet altijd op tijd op school.”
  • De ouder is onzeker: “Mijn kind wordt gepest. Ik durf niets te zeggen op school, ik hou mijn kind liever thuis.”
  • De ouder is bezorgd: “Mijn kind eet niet op school, de brooddoos komt vol terug. Ik hou mijn kind thuis, dan eet het tenminste goed.”

Hoe ga je hierover het gesprek aan met de ouders?

Probeer je in de eerste plaats in te leven in de ouder(s) met wie je aan tafel zit en wees zo empathisch mogelijk. Denk je te weten waarom een kind vaak te laat op school aankomt of waarom het vaak afwezig is? Ga tijdens het gesprek na of je vermoeden klopt. Als je de oorzaak kent en als je rekening houdt met wat de ouders belangrijk vinden, kun je samen met hen tot een constructieve oplossing proberen te komen. We geven hierbij enkele tips.

  • Ouders voelen zich graag welkom op school. Geef ouders de kans om je aan te spreken. Een juf of meester op de speelplaats, of een open deur voor of na schooltijd bieden kansen op een rustig gesprek.
     
  • Stap zelf naar (minder assertieve) ouders. Toon interesse en vraag hoe het gaat. Persoonlijk contact, informele gesprekken tussen leerkracht en ouders voor of na schooltijd geven vertrouwen. Zo kom je vaak nuttige informatie te weten. Zodra het ijs gebroken is, vertellen ouders gemakkelijker waarom ze hun kind niet elke schooldag (op tijd) naar school brengen.

 

  • Luister reflectief naar verhalen van ouders. Luister naar achterliggende veronderstellingen en drijfveren van ouders en toon begrip. Je kunt de woorden van de ouders herhalen en je kunt doorvragen. Probeer te achterhalen waarom het voor ouders moeilijk is om hun kind elke dag (op tijd) naar school te brengen. Het kan helpen om in het gesprek te praten over de belangen van het kind in plaats van over het gedrag van de ouder. Vertel ook over de dagen dat het wel gelukt is en bekijk van daaruit de valkuilen die ertoe leiden dat het op andere dagen niet lukt.
     
  • Probeer niet te oordelen. Geef positieve commentaar, bekrachtig de uitspraken van de ouder. Vat het verhaal van de ouder kort samen, bijvoorbeeld: “Je vindt het belangrijk om een goede ouder te zijn.” – “Je wilt afspraken maken met de buren op de dagen dat je laat thuiskomt. Goed idee!”
  • Hoe gaat het eraan toe in de kleuterklas? Leg de ouders uit wat het kind leert op school. Zo overtuig je hen van de kracht van onderwijs. Toon tijdens een oudercontact of een openklasmoment wat het kind al geleerd heeft. Geef werkjes mee naar huis tijdens het jaar, vertel erbij dat ze die werkjes kunnen ophangen of bewonderen met hun kind. Zorg voor positieve berichten in het heen-en-weerschriftje en op toonmomenten
     
  • Schakel andere ouders in. Breng een minder mondige ouder in contact met ouders met wie er een mogelijke link is (dezelfde taal, kind in dezelfde klas, vriendjes …), of met iemand van de ouderraad of moedergroep. De ervaringen en de steun van andere ouders helpen om drempels te overwinnen.
     
  • Apprecieer de inspanning van ouders die hun kind regelmatig naar school brengen. Bedank hen uitdrukkelijk voor hun inzet. Het is beter dat het kind elke dag komt (ook al is het soms te laat) dan dat het niet komt, toch?

Meer weten?

De handleiding van de Vlaamse campagne ‘Kijk wat ik al kan’ gaat dieper in op de drempels die ervoor kunnen zorgen dat ouders hun kind niet elke dag (op tijd) naar school brengen. In de handleiding staat ook hoe je dit gesprek het beste aanpakt. De handleiding vind je via www.onderwijsinbrussel.be/vroegevogels.

De meeste ouders zorgen er wel voor dat hun kind elke dag op tijd op school is. Bekrachtig hun gedrag. Benader de andere ouders met een aanpak op maat.