Hoe pak je een wenmoment aan?

Komt de eerste schooldag voor de nieuw ingeschreven kleuters dichterbij? Dan is het goed om een wenmoment te organiseren. Op zo’n wenmoment staat het kind centraal. Het is vooral een affectief gebeuren: jij en het kind krijgen tijd om aan elkaar te wennen. Een wenmoment zorgt ervoor dat het kind meer op zijn gemak is tijdens de eerste schooldagen. Ook voor de ouders is het nuttig. Tijdens een wenmoment krijgen ze de kans om de juf of de meester en de klasomgeving te leren kennen.

Druk je deze tekst liever af of wil je hem apart bewaren of gebruiken?

Download de infofiche 'wenmoment'.

Wenmoment in de klas

Meestal vindt het wenmoment plaats in de klas. Enkele tips.

  • Er zijn zeven mogelijke instapmomenten in een schooljaar. Organiseer het wenmoment kort voor het instapmoment, bijvoorbeeld enkele weken op voorhand. Dan is je gezicht nog vertrouwd voor de kinderen.
     
  • Vermeld de datum van het wenmoment al op het inschrijfmoment, ook al is dat meestal vrij lang voor het eigenlijke wenmoment.
     
  • Herhaal de uitnodiging enkele dagen vooraf. Doe dat op een persoonlijke, directe manier: telefonisch, aan de schoolpoort als het kind al broers of zussen heeft op school, via een kort huisbezoek of stuur een herinneringskaartje met de post.

    Maak je eigen kaartje via onze tool. Heeft jouw directie geen login ontvangen? Neem dan contact op via het contactformulier.
     
  • Beperk het wenmoment in tijd, bijvoorbeeld tot aan de eerste speeltijd. Het is belangrijk dat ouder en kind de start van de dag meemaken. Ze proeven van het dagelijkse leven in de klas en krijgen tijd om een praatje te slaan met jou. Communiceer vooraf hoelang het wenmoment zal duren.
  • Organiseer je een individueel wenmoment per gezin of een wenmoment met meerdere gezinnen tegelijk? De twee zijn mogelijk. Bij een individueel moment heb je meer tijd voor een persoonlijk gesprek met de ouders. Een wenmoment met meerdere gezinnen zorgt dan weer voor meer interactie tussen de ouders. De bedoeling is in elk geval dat het wenmoment in een rustige en aangename sfeer verloopt.
     
  • Start het wenmoment op de speelplaats: laat de ouders en het kind mee in de rij stappen vanop de speelplaats naar de klas.
     
  • Zorg voor een warm onthaal:
    • Reserveer een speciaal plaatsje voor het kind en de ouders, dicht bij jou.
    • Verwelkom het kind in je klas door tijd voor hem te maken tijdens je onthaal. Betrek er alle kinderen van de klas bij.
    • Heb je een klasmascotte? Geef die ook een rol bij de verwelkoming.
    • Laat het kind een symbooltje kiezen en toon dat aan alle andere kinderen. Bij het overlopen van het aanwezigheidsbord kun je dit symbooltje er nu bij hangen. Of laat de ouders dat doen.
  • Laat de ouders kiezen: willen ze de rest van het wenmoment toekijken (observeren), of  willen ze liever meedoen met wat er in de klas gebeurt?   
     
  • Is er een extra volwassene in je klas? Dan is het een leuk idee om te filmen of om foto’s te maken in de klas: het beginlied van de dag bijvoorbeeld, maar ook de ‘welkomstceremonie’ voor het nieuwe klasgenootje. Hou het filmpje kort maar krachtig. Je kunt het filmpje of de foto’s delen met het gezin, zodat ze alles thuis opnieuw kunnen bekijken. Als je filmt of foto’s maakt, vraag dan altijd toestemming aan de ouders.
     
  • Las een kort moment in om even apart met de ouders te praten. Dat maakt toekomstig contact een stuk gemakkelijker. Op dit moment kun je, naast een kennismakingsgesprekje voeren, ook een paar praktische vragen en verwachtingen overlopen.
     
  • En … maak het vooral gezellig! Bied de ouders bijvoorbeeld koffie, thee of een koekje aan.

Ga op huisbezoek

Een wenmoment kan het best plaatsvinden in de klas. Maar je kunt ook bij het kind thuis op bezoek gaan, bijvoorbeeld als het kind niet aanwezig was op het wenmoment in de klas. Op die manier leer je de context kennen waarin het kind opgroeit. Enkele tips.

  • Leg samen een datum vast. Doe dat mondeling: telefonisch of aan de schoolpoort als het kind al broers of zussen heeft op school.
     
  • Neem een klein geschenk mee, bijvoorbeeld een boekje met tekeningen van de kleuters, een puzzeltje, een plantje dat ook in de klas staat. Dat vermindert de afstand tussen jullie. Neem ook de klasmascotte (klaspop) mee, als dat mogelijk is.
     
  • Neem een foto of een filmpje van de klas mee, en vertel er in geuren en kleuren over. Als het kan, laat de foto of het filmpje dan achter bij het gezin. Zo kan het kind er (met of zonder de ouders) in zijn eigen tempo naar kijken.
     
  • Je kunt dit huisbezoek ook gebruiken om het kind een symbooltje te laten kiezen. 
     
  • Overloop een aantal praktische vragen en verwachtingen met de ouders.

Werk samen met kinderdagverblijven

Ga (met je klas) op bezoek in een crèche in de buurt waar kinderen zitten die binnenkort in jouw klas starten. Als je met alle kleuters naar de crèche gaat, is het leuk om een activiteit te voorzien: een bewegingsactiviteit, samen knutselen …
 
Tijdens deze momenten kun je contact leggen met de instappertjes en kun je observeren hoe ze reageren op de activiteiten en de kleuters. Bij een individueel bezoek aan de crèche, kun je je aandacht volledig richten op de peuters die binnenkort naar jouw klas komen.

Of laat de kinderen uit de crèche in jouw klas op bezoek komen. Zo kunnen ze al wat wennen aan jou en aan de school. Ook voor de kinderen uit de crèche die in een andere school ingeschreven zijn, kan het een eerste indruk geven van het schoolleven: samen in de kring, werken in hoekjes, spelen op de speelplaats …

Wat is de meerwaarde van een wenmoment?

Het kind en de ouders proeven van een dag op school:

  • Ze proeven de sfeer in de klas.
  • De angst voor ‘de grote school’ verdwijnt.

De leerkracht en het kind leren elkaar kennen:

  • De leerkracht en het kind (en de ouders) bouwen vertrouwen op ten opzichte van elkaar.
  • Het kind wordt rustiger en leert zich open te stellen.

De leerkracht en de ouders leren elkaar kennen:

  • De leerkracht krijgt een zicht op de thuissituatie van het kind.
  • De drempel voor een ouder om de leerkracht aan te spreken, verlaagt.